Verslag vliegtuigreis

REISVERSLAG PUERTO D’ALCUDIA MALLORCA 2019

Donderdag 2 mei, heel vroeg in de morgen, vlogen we met 45 Aksenters naar Mallorca.

Mallorca is het grootste eiland van de Balearen. Het eiland kent 623 km kustlijn en de afstand van noord naar zuid is 78 km en van oost naar west 96 km. De kustlijn is stijl en grillig met stranden afgewisseld met enorme rotsformaties.

Vanaf de luchthaven was het nog ongeveer 45 minuten rijden naar het hotel Condesa in Puerto Alcudia.

Vrijdagnamiddag: uitstap naar de grotten van Drach in Porto Cristo en Manacor

Vrijdagvoormiddag zijn we gaan wandelen rond het meer van Alcudia. Na de middag reden we naar de grotten van Drach waar volgens de sagen nog draken, duivels en monsters huisden. De drakengrotten werden al gebruikt in een ver verleden. Volgens archeologisch onderzoek boden de covers (grotten) toevlucht aan Arabieren en Romeinen in tijden van dreiging. De grotten werden door een Duitse speleoloog in 1880 in kaart gebracht. Het ondergronds meer is 177m lang 30 m breed, de diepte varieert tussen de 5 en 8 m het gewelf is 6 tot 8m hoog en is bijzonder mooi omdat je er duizenden stalactieten kunt bewonderen. In 1929 kregen de grotten verlichting en nadien werden ze ingewijd als toeristische attractie. De stalactieten en stalagmieten zorgen voor algehele bewondering. Het water infiltreert in de bodem en door kristallisatie van het zout worden stalactieten gevormd. Druppels die op de bodem van de grot vallen vormen stalagmieten. Het hoogtepunt voor de bezoekers is het concert op het grootste ondergronds meer.

Na het concert konden we met een bootje of langs een loopbrug het theater verlaten. Van Porto Cristo reden we naar Manacor. Manacor is vooral gekend om zijn kunstparels. Deze zijn over de hele wereld gekend. Sinds het einde van de 19 de eeuw worden deze parels op traditionele wijze vervaardigd. Als basis worden glazen balletjes gebruikt en in een bad van paarlemoer gedompeld. Verschillende bedrijven houden deze industrie draaiende, in die mate dat het een van de economische drijfkrachten van het eiland is. Eigenlijk waren we hier in een winkel die juwelen met kunstparels verkochten.

Nadat we genoten hadden van een heel gevarieerd buffet en nog 1 of meer slaapmutsjes in de bar, zat de eerste dag er al op.

Zaterdag stond het bezoek aan Palma en Valdemossa op het programma.

Palma heeft de grootste aaneengesloten historische stadskern van Europa. Tot in de 19de eeuw waren de stadsmuren nog grotendeels compleet en stak de Kathedraal er bovenuit. Restaurants, hotels en bars zijn er in de jaren 60 gebouwd. Palma is een gelukkige stad. Al meer dan 700 jaar is zij van verwoestingen gespaard gebleven. Ook tijdens de Spaanse Burgeroorlog bleef de schade beperkt. Het hoogtepunt was het bezoek aan de kathedraal van Palma. De kathedraal in Palma is het symbool van de stad. Het elegante en originele silhouet van de kathedraal ziet trots uit over de kustlijn. Dit gotische gebouw verwelkomde vroeger de zeelui en verre bezoekers. De bouw heeft vele eeuwen geduurd. In dit gebouw vindt ge kunstwerken van de 14de eeuw tot nu.

De kalksteen, die bij de bouw gebruikt werd, verandert van kleur naargelang het tijdstip van de dag: oker, goud, roze. Het interieur, verrassend door zijn afmetingen en zijn helderheid werd in 1904 door de grote Gaudi onder handen genomen.

Na de middag reden we naar Valdemossa met een bezoek aan het kartuizerklooster. Dit klooster werd opgericht rond een paleis, dat ooit toebehoorde aan koning Sancho. Het raakte bekend doordat George Sand en Frederik Chopin hier in de winter van 1838 - 1839 verbleven. Hier vond Chopin inspiratie voor zijn werk. Bijzonder zijn: de oude apotheek, de cellen waar Chopin verbleef, de waardevolle bibliotheek. Het museum biedt een mooi uitzicht over de plantages met johannesbroodbomen, amandelbomen en olijfbomen.

Na een busrit van 45 min door de prachtige natuur waren we net op tijd voor het avondeten.

Zondag was het een vrije dag en zijn we met taxi’s naar de markt in Alcudia gereden.

Maandag eilandrondrit met de bus, trein, tram, boot, bus.

We verkenden vooral de westkust en het gebergte.

De eerste stopplaats was Inca. Inca is het centrum van de leerindustrie. Wie wilde kon in een fabriekswinkel zijn aankopen doen.

Vanaf hier reden we door het Tramuntanagebergte richting Soller. De Tramuntana beschermt het eiland tegen stormen en regen. Het is ook het hoogste deel van het eiland. Dit gebergte is ruim 100 km lang en is zeer geliefd voor wandelaars en natuurliefhebbers. De hoogste top is de Puig Major, die 1445 meter boven de zeespiegel verrijst. Op deze bergketen met ongerepte en grillige landschappen groeien enkel pijnbomen. In het zuiden werden terrassen aangelegd waarop olijfbomen, amandelbomen en wijnranken aangeplant werden.

Soller is de grootste stad langs de westkust. Hier groeien vooral sinaasappel-, citroen-, en olijfbomen. We reden verder naar Port de Soller, waar we na het middagmaal met de boot zouden varen.

Wegens de stormachtige wind, kon dit niet doorgaan en moesten we met de bus terug naar Soller. Eenvoudig was dit niet. De straat was heel smal met vele haarspeldbochten en diepe ravijnen en het was nog gevaarlijker door de vele wielrenners, die trainden voor de grote triatlon. Maar de kalme en ervaren chauffeur heeft dit prima gedaan.

We reden een eindje met de tram door de natuur.

Daarna reden we met de “rode pijl”, een boemeltreintje uit 1912, 1uur lang en door 13 tunnels naar Palma en dan met de bus terug naar het hotel.

Woensdag maakten we kennis met het authentieke Mallorca.

We bezochten Sineu. Sineu staat bekend om zijn markt. De parochiekerk Mare de Deu dels Angels bezit een mooi hoofdaltaar met Mariabeeld (gemaakt rond 1500). De klokkentoren staat apart en ervoor staat een opvallend monument, genaamd De leeuw van Sineu. De leeuw is het embleem van de schutspatroon van de stad, de heilige Marcus.

Na het marktbezoek reden we naar een glasblazerij. Dit viel tegen, we hebben weinig van het echte glasblazen gezien en uitleg kregen we niet. We reden terug naar Sineu voor een typisch Mallorcaanse lunch in tapas vorm.

Na de middag brachten we een bezoek aan Els Calderers De Sant Joan. Dit landgoed was eigendom van een zeer oude en adellijke familie Veri. Francisco Juan de Sentmenat, zoon van de Graaf van Ribas, was degene die verbeteringen aanbracht en het landgoed het huidige uiterlijk gaf. Zijn nakomelingen hebben besloten het landgoed aan het publiek te tonen, als voorbeeld van een landgoed van de Mallorcaanse vlakte, om op deze manier een waardig onderhoud te garanderen.

                       

Tijdens de rit naar het hotel zijn we nog veel te weten gekomen over dit eiland.

Vrijdag was het de laatste uitstap

We vertrokken richting het noorden van het eiland naar de haven van Pollensa. Hier lag de boot al klaar om naar het schiereiland Formentor te varen. Deze keer lukte de boottocht wel, want het was prachtig weer.

Het strand van Formentor ligt goed beschermd. Hier bevindt zich het hotel Formentor, een luxe hotel waar rijke lui logeren, ook onze Koninklijke familie. Het strand bij het hotel is voor iedereen toegankelijk. Vandaar reden we naar de kaap Formentor. De kronkelige weg loopt over grote hoogte en volgt een lange smalle bergkam die spectaculaire uitzichtpunten biedt.

Via een weg met trappen konden we genieten van een prachtig zicht op de grote rotspartijen die stijl uit de zee opstijgen: mooi uitzicht verzekerd.

De laatste uitstap zat er al op. We hebben genoten van dit prachtig eiland, van de prachtige natuur, het mooie weer( vooral de tweede week) het hotel, het buffet, de bar.

Tijdens de vrije dagen heeft Fons Verbeeck enkele wandelingen uitgestippeld (waarvoor dank).

Bedankt Jos voor het organiseren van de reis.

En bedankt iedereen voor het welslagen van deze 10 daagse reis.

Spijtig genoeg moesten we de dag nadien onverwacht afscheid nemen van Georges Seijns.

Marie Louise